Next_level_groot
pensioenadvies 070 7 62 02 00
Header_eyes
TERUG NAAR OVERZICHT

EINDELIJK DUIDELIJKHEID VOOR FISCALE BEHANDELING OVERDRACHT PENSIOEN EB

Met het arrest van de Hoge Raad van 16 oktober 2015 is er eindelijk duidelijkheid gekomen in de fiscale behandeling van de overgedragen pensioenverplichting in eigen beheer.

Casus:
Een DGA heeft de pensioenverplichting in eigen beheer overgedragen aan een andere BV. De rekenrente bij de overdracht is vastgesteld op 3,23%, er zijn leeftijdsterugstellingen gehanteerd en er is een bedrag in de koopsom meegenomen voor de indexatie verplichting van 3% op jaarbasis.

Tot 16 oktober bestond er onduidelijkheid over de fiscale behandeling van de ontvangen koopsom door de overnemer van de pensioenverplichting.
Uit dit arrest wordt het volgende duidelijk:

1) rekenrente
- de overdrager neemt de fiscale last conform de commercieel berekende koopsom, dus op basis van de commerciƫle rekenrente.
- bij de overnemer vindt een belaste vrijval plaats voor het verschil in koopsom wat samenhangt met het verschil tussen de gebruikte commerciƫle rekenrente en 4%.

2) leeftijdsterugstellingen
- de overdrager neemt de fiscale last conform de commercieel berekende koopsom, dus met leeftijdsterugstellingen.
- bij de overnemer vindt een belaste vrijval plaats voor het verschil in koopsom wat samenhangt met de gebruikte leeftijdsterugstellingen

Duidelijk was al dat de koopsom die samenhangt met de indexatietoezegging niet aftrekbaar is bij de overdrager. De Hoge Raad bevestigt dit in een ander arrest van 16 oktober (bron). Bij de overnemer hoeft in zoverre geen vrijval plaats te vinden van de pensioenverplichting. De indexatielast mag worden genomen wanneer deze zich voordoet in verhoging van de pensioenuitkeringen.

De uitkomst van dit arrest is anders dan het standpunt wat wij als adviseur innamen. Wij waren van mening dat de overnemer geen fiscale winst hoefde te nemen. Weliswaar kon de overnemer de bedragen niet rekenen tot de pensioenverplichting (de artikelen 3.29 IB 2001 en 8 lid 6 Vpb verhinderen dat) maar wij waren van mening dat van verplichte winstneming ook geen sprake was op grond van het goedkoopmansgebruik. Naar onze overtuiging was de relevante vraag ook niet of hoe de pensioenverplichting gewaardeerd moest worden maar hoe de inkomende koopsom fiscaal moest worden behandeld.

Hoewel de Hoge Raad deze vraag niet heeft gesteld of beantwoord, valt uit de rechtsoverwegingen wel af te leiden dat fiscale winst genomen dient te worden.

Naar onze mening biedt dit arrest mogelijkheden tot verschuiving van winsten naar andere vennootschappen (die bijvoorbeeld een compensabel verlies hebben). Wellicht dat de handel in verlies (pensioen)lichamen ook weer opleeft als gevolg van dit arrest.

Bron uitspraak

Door Next Level om 07:29